Obrázky na stránke
PDF
ePub

Theologische Studiën.

TIJDSCHRIFT

ONDER REDACTIE

VAN

Dr. F. E. DAUBANTON, Dr. F. VAN GHEEL GILDEMEESTER,

Dr. A. J. TH. JONKER, en Dr. G. H. VAN RHIJN.

EL FDE JA ARGANG.

U TRE OHT.

KEMINK & Zoon.

1893.

ANDOVER-HARVARD
THEOLOGICAL LIBRARY

FEB 15 1915

HARVARD
DIVINITY SCHOOL

H43,131
INHOUD.

Biz.

F. E. DAUBANTON, Belangrijkheid der Anthropologie. Hare

plaats in het dogmatiesch systeem. (Derde Dogmatiesch
Fragment. Iets uit de Prolegomena) .

1
J. A. CRAMER, Wat leert Justinus aangaande het persoonlijk
bestaan van den Heiligen Geest? (I).

17
G. W. STEMLER, De roeping en optreding van Jezus als de

Christus is, uit hetgeen de Evangeliën mededeelen,
historisch te verklaren. (III).

36
J. M. S. BALJON, Bijdrage op het gebied der Conjecturaal-
kritiek. De tweede Brief van Petrus

66 Boekbeoordeelingen.

77
J. J. P. Valeton Jr., Toespraken gehouden in verschillende jaren bij de
opening der academische lessen, door J. J. van Toorenenbergen.

H. U. Meijboom, De bewegelijkheid der Theologische Encyclopaedie, door
C. F. Gronemeijer.
Rectificatie

89
Inhoud van Tijdschriften.

90 De Logosleer van Philo en haar betrekking tot het Evangelie

van Johannes, inzonderheid wat den Proloog betreft. (I). 97
J. A. CRAMER, Wat leert Justinus aangaande het persoonlijk
bestaan van den Heiligen Geest? (II). .

138
C. H. van RHIJN, De strijd over het Symbolum Apostoli-
cum in Duitschland

160
Boekbeoordeelingen

182
J. H. Gerretsen, Rechtvaardigmaking. Rechtvaardigmaking door het
geloof bij Paulus, door J. H. L. Roozemeijer.

Mr. C. W. Opzoomer. Een herinneringswoord door Jhr. B. H. C. K.
van der Wijck, door J. Woltjer.
Inhoud van Tijdschriften

204

[ocr errors]
[ocr errors]

.

[ocr errors]
[blocks in formation]

D. c. sum

Biz.

.

.

De Logosleer van Philo en haar betrekking tot het Evangelie

van Johannes, inzonderheid wat den Proloog betreft. (II) 209 J. M. S. BALJON, Bijdrage op het gebied der Conjecturaalkritiek. De eerste brief van Johannes

246 Boekbeoordeelingen

O

259 M. A. Gouszen, De Heidelbergsche Catechismus en het Boekje van de breking des broods in het jaar 1563–64 bestreden en verdedigd, door J. J. van Toorenenbergen.

De Jezuieten. Eene rede, uitgesproken door Dr. P. J. Blok, Hoogleeraar te Groningen, door J. H. Gunning JHz. F. E. DAUBANTON, Loert Calvijn, Institut. I. 6. 1, het „Foedus Operum”? . .

279 C. H. VAN RHIJN, Letterkundig Overzicht. Oud-Christelijke Letterkunde

281 H. J. Holtzmann, Lehrbuch der Historisch-Kritischen Einleitung in das Neue Testament. 3tte Auflage. P. Ewald, De voornaamste vraag van het onderzoək betreffende de Evangeliën en de weg tot hare beantwoording. Uit het Hoogduitsch vertaald door Dr. A. J. Th. Jonker. A. Huck, Synopse der drei ersten Evangelien. H. A. W. Meyer, Die Evangelien des Markus und Lukas, Achste Auflage neu bearbeitet von Dr. B. Weiss und Lic. J. Weiss. G. J. P. J. Bolland, Het Johannes-Evangelie in zijnen oorsprong onderzocht. W. C. van Manen, Paulus. I De Handelingen der Apostelen. II De Brief aan de Romeinen. Paul Viktor Schmidt, Der Galaterbrief im Feuer der neuesten Kritik. J. Cramer, De philippica van Paulus tegen de gemeente van Korinthe (II Kor. X-XIII) verklaard en in hare historische beteekenis gewaardeerd. J. Cramer, Het glossematisch karakter 1 Petr. III, 19-21 en IV, 6. A. Harnack, Medicinisches aus der Altesten Kirchengeschichte. A. Harnack, Bruchstücke des Evangeliums und der Apokalypse des Petrus, zweite Auflage, F. E. DAUBANTON, Varia

301 C. F. Th. Schuster, Das Studium der Theologie in der Gegenwart. Anleitung für Anfänger.

Menno Simons (1492—1559). Eene Levensschets door F. C. Fleischer. Levensbeelden door Dr. M. A. N. Rovers.

W. Francken Az., Jezus' getuigenis omtrent God naar de vier Evangeliën. Opgedragen aan de theologische Faculteit der Utrechtsche Rijks-Universiteit in 1886.

E. Böhl, Prolegomena voor eene gereformeerde Dogmatiek.
N. Beets, Des Christens schuld aan den Heiden. Nieuwe uitgave.

H. Ernst, Moet de polygamist, christen geworden, scheiden van al zijne vrouwen op ééne na?

H. Ernst, De bedenkelijke invloed van den hedendaagschen ror op het volksleven.

A. F. H. Blaauw, Vroeg tot God. Bijbelsch Leesboek voor kinderen.

INHOUD.

.

Biz. Gedachten naar James Martineau (De hoop der edele zielen.

Het verduisterde hart. Ons christelijk zelf bewustzijn. Geheimen

T. Kuiper, Tiental Leerredenen. Inhoud van Tijdschriften

322 F. E. DAUBANTON, Het saamgesteld wezen van den mensch. (Vierde Dogmatiesch Fragment).

329 G. W. STEMLER, Des menschen bewustzijn van zijn ik en van een veel hoogere dan zijn ik.

361 G. W. STEMLER, De beteekenis der woorden dizx106Úvn en dixolo: bij Paulus .

371 De Logosleer van Philo en haar betrekking tot het Evangelie

van Johannes, inzonderheid wat den Proloog betreft. (Slot). 377 A. J. TH. JoNKER, H ετοιμασία του ευαγγελίου της ειρήνης. (Ef. 6 : 15.)..

443 J. M. S. Baldon, Eene nieuwe Encyclopedie der Christelijke Theologie

452 Grundriss der Theologischen Wissenschaften. Vierte Abtheilung. Theologische Encyklopädie von D. C. F. Georg Heinrici. Boekbeoordeelingen

459 M. A. N. Rovers, Een woord naar aanleiding van Dr. Blok's rede over „De Jezuieten”, door J. H. Gunning J.Hz.

H. van Apeldoorn, Nog een woord van protestantsch verweer. Kritiek op de brochures van Pater Wilde en Dr. Schaepman tegen Dr. Gunning,

door C. F. Gronemeijer.

F. Godet, Introduction au Nouveau Testament. Introduction particulière. I. Les Epitres de Saint Paul, door C. H. van Rhijn.

Paul Feine, Der Jakobusbrief nach Lehranschauungen und Entstehungsverhältnissen untersucht, door C. H. van Rhijn. Inhoud van Tijdschriften

474

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Belangrijkheid der Anthropologie. Hare plaats

in het dogmatiesch systeem. (Derde Dogmatiesch Fragment. Iets uit de Prolegomena).

1. Belangrijkheid der Anthropologie.

Hangt het gewicht en de beteekenis eeniger wetenschap van haren inhoud, d. i. van haar voorwerp af, wie zal dit ontkennen? — dan is onder de wetenschappen van het geschapene de eerste plaats aan de Anthropologie verzekerd. De kosmos maakt een hiërarchiesch geordend saamstel uit. Telkens vindt iedere lagere bestaansvorming der waereldoekonomie hare bestemming en doel in eene hoogere. Aan het hoofd van heel de inrichting en deze met eene hoogere waereld verbindend staat de mensch. Terecht liet A. Thysius in de Disputatio ,de Homine ad imaginem Dei creato” de stelling verdedigen: ,,Et sane homo est inferioris naturae consummatio et finis, superioris congener, totius compendium et vinculum, quo coelestia terrenis conjunguntur”.

De mensch inderdaad oefent op aarde eene heerschappij uit als niet één ander schepsel. Hij denkt over de krachten, die in de natuur sluimeren of werken, na. Hij wekt ze uit hare sluimering. Hij spoort de wetten, waaraan zij gehoorzamen, op. Hij bedient zich van beiden tot het bereiken van zijne nabij of zeer ver liggende doeleinden. Het schepsel „Mensch" genaamd is eenig. 't Is anders, 't is voortreffelijker dan al de overigen. Beweer vrij dat de mensch, in

1) Cf. Synopsis Purioris Theologiae. Editio Sexta. Curavit et Praefatus est Dr. H. Bavinck. 1881, p. 107.

« PredošláPokračovať »